Marker kostuum

Het Marker kostuum kenmerkt zich door de vele kleurige en handgemaakte details. Marken is een van de weinige plaatsen in Nederland waar de klederdracht nog steeds wordt gedragen in het dagelijks leven.

Mannenkostuum:

De Marker mannen en jongens verdienden hun brood met visvangst. Hun kleding moest hun benen en voeten vrij houden, maar tegelijkertijd warm, water en windproof zijn. De broeken zijn daarom wijd, zodat de wind deze snel droog kan blazen. Het middel wordt warm gehouden door een soort rood korset, gemaakt van meekrap, dat de gezondheid wordt genoemd. De kielen hebben geborduurde halsboorden, met naast de knoopsgaten de voorletters van de drager en die van hun vader.

Om het boord wordt een rood-geruite doek geknoopt met daaraan kleine bolletjes, die Akertjes worden genoemd. Elk bolletje bestaat uit 276 knoopjes.

Vrouwenkostuum:

De daagse dracht van de Marker vrouwen bestaat uit een wit katoenen jak met mouwen van rood / wit / zwart gestreept katoen. Het jak wordt  'de mouwen' genoemd omdat je van het jak alleen de mouwen ziet. Over 'de mouwen' komt een prachtig gebloemd 'het middelde', een soort korset, voorzien van baleinen. Daarover komt een soort bolero (voorpanden) met rode voorpanden en een achterpand van zijde in blauw, groen of paars. In de rouw zijn de mouwen van het jak zwart / wit gestreept, de bauw zwart van kleur, de kleuren van het 'middelde' veel gedempter en het achterpand van de voorpanden donkergroen.

Over de borst wordt een rechthoekige lap van gekleurd katoen gespeld (bauw). Onder de zwarte wollen bovenrok, wordt een veelkleurige onderrok gedragen. In huis wordt daar een wit schort bij gedragen en buitenhuis een blauwe boezel ( het kerre blauwtje). Deze heeft aan de bovenkant een geruit stukje ( het stikkie ) en is fel van kleur. De mensen op Marker waren klein behuisd en moesten met hele families een paar kamers delen. De boezel werd daarom tot een klein pakketje opgevouwen en bewaard in een doosje. Op de boezel zijn de afdrukken van de vouwen, als kleine vierkantjes, goed te zien.

Vroeger hoorde bij de dracht een, uit twaalf onderdelen bestaande muts, de zogenaamde grote kap. De Pierewaaiers dragen een meisjeskap, dat uit zeven onderdelen bestaat en door middel van speldjes bij elkaar wordt gehouden.

(Bron: inwoners van Marken en Zuiderzeemuseum)